Met drie zijn ze nog, de Belgische na-Tourcriteriums. Ooit was dat een zevenvoud. Maar anno 2026 lopen de absolute toppers in het peloton er amper nog warm voor, op een paar uitzonderingen na. En dus spelen ze het spel slim en tactisch. Gelukkig kunnen de om en bij de 60.000 verwachte wielerfans in Aalst zich straks laven aan dé Belgische Tourheld Remco Evenepoel. Voor wat insiders nog een ‘vriendelijk’ prijskaartje noemen.
Evenepoel presenteert zich vanaf 19 uur als dé publiekstrekker bij uitstek in Aalst. In het afgeroomde deelnemersveld van in totaal dertig renners voorts enkel nog de Franse pocketklimmer Valentin Paret-Peintre, welgeteld… vijf Belgische Tourgangers, nationaal kampioen en local kid Rune Herregodts en onze trouwe HLN-wielerpodcastanalist Oliver Naesen als meest opvallende namen.

Magertjes. En dat hoeft niet echt te verbazen. Na-Tourcriteriums zijn in ons land een uitstervend fenomeen. Waar Nederland in deze periode twaalf criteriums op de kalender telt, overleven er anno 2026 bij ons nog amper drie. We komen van een absolute piek van rond de twintig, begin deze eeuw. Dinsdag is Roeselare aan de beurt, donderdag Herentals.
100.000 euro: De vaststelling is dat de hedendaagse toppers er steeds vaker hun neus voor ophalen. Financieel, sportief en planmatig hebben ze er totaal geen behoefte meer aan. Dus gedragen ze zich in de voorafgaande gesprekken hard to get en drijven ze hun vraagprijs bewust en tactisch op – geef hen maar eens ongelijk. Cru gesteld gaat het dan spreekwoordelijk om wat de zot er uiteindelijk voor wil betalen.

Het voorgestelde bedrag? Lekker meegenomen dan. Niet? So be it. Zo legde kersvers vijfvoudig Tourwinnaar Tadej Pogacar de lat naar verluidt op 100.000 euro. Een onbereikbare hoogte, liet Aalsters organisator Renno Roelandt, ex-atleet, sportdokter en ex-ondervoorzitter van het BOIC, verstaan zonder het ‘ton’ concreet te bevestigen. Zeker voor een criterium zonder vast businessmodel en inkomsten uit ticketing – de publieke toegang is al jaren gratis – houdt zoiets een hoog risico in.
Insiders schatten het beschikbare budget van een Belgisch wielercriterium, lees: het geld dat kan worden verdeeld over alle aangeworven renners, op 80.000 à 100.000 euro. Al komt het wel vaker voor dat de fee die nodig is om pakweg Pogacar naar de wedstrijd te lokken, wordt opgehoest door een extra privésponsor. Die op de dag zelf maar wát graag in de kijker loopt aan de zijde van de gefinancierde vedette.

Vraag en aanbod: Alles gebeurt trouwens puur ‘in onderhandeling’. Volgens de wet van vraag en aanbod, niet op basis van vaste tarieven die verbonden zijn aan de positie die betreffende renners in de Tour hebben bekleed of aan het nevenklassement of aantal ritten dat ze hebben gewonnen. 100.000 euro lijkt in dat verband een bom duiten. En dat ís het voor de meesten onder ons ook. Maar ter vergelijking: tien jaar geleden vroeg Chris Froome, toen viervoudig Tourwinnaar, al 60.000 euro. Niks nieuws onder de zon dus.