
Hij was pas begonnen als vrijwilliger bij de dierenambulance. Toen machinist Rutger Teule (34) bij Zwolle een gewonde ooievaar langs het spoor zag liggen, bedacht hij zich dan ook geen moment. Hij stopte de trein, stapte uit en nam de gewonde vogel mee in de cabine.
Teule heeft als standplaats Nijmegen, en rijdt regelmatig op de lijn naar Zwolle. De rit van afgelopen woensdagochtend werd er eentje die hij niet snel zal vergeten.
Iets wat daar niet hoorde
„Ik werd tijdens de rit gebeld dat iemand een ooievaar langs het spoor had zien liggen. Voorbij Wijhe, vlak bij Zwolle-Zuid, zag ik inderdaad iets langs het spoor liggen wat daar niet hoorde. Ik heb de trein stilgezet en zag meteen dat het niet goed was.”
Een machinist mag niet zomaar uitstappen als de trein buiten het station stilstaat. „Ik heb de treindienstleiding gebeld en uitgelegd wat er aan de hand was. Ik kreeg toestemming om uit te stappen.”
Het bleek om een jonge ooievaar te gaan. „Het dier leek er al een tijd te liggen en was erg verzwakt. Het leek ook gewond te zijn aan een van de vleugels. De ouders konden er niet bijkomen. Als ik de jonge vogel zou laten liggen, zou die het einde van de middag niet halen.”
Agressief en gevaarlijk
En dus ging de vogel mee in de cabine. „Ooievaars kunnen erg agressief en best gevaarlijk zijn als je bij ze in de buurt komt, maar dit exemplaar kon zich amper nog bewegen.”
Teule komt zelf uit het plaatsje Zeeland in Brabant en loopt sinds twee weken mee met de dierenambulance in Uden. „Ik heb daar nog niet met ooievaars te maken gehad, maar ik wist wel hoe je zo’n dier vast moet houden. Je moet de nek langs het lichaam leggen.”
Teule legde de gewonde jonge ooievaar in de cabine, nadat hij daarvoor toestemming had gekregen van de treindienst. Hij reed vervolgens door naar het centraal station van Zwolle. „Dat was nog maar een paar kilometer verderop. Normaal gesproken neem je een dier natuurlijk niet zo snel mee in de cabine, maar deze ooievaar was erg verzwakt en kon nauwelijks bewegen.”
De trein kwam een paar minuten later dan gepland in Zwolle aan. Daar was ondertussen een reservemachinist geregeld, zodat de trein op tijd weer kon vertrekken, terug naar het zuiden.
Kratje van de Kiosk
Teule kon daardoor de ooievaar zelf bij de toegesnelde dierenambulance afleveren. „Ik heb hem in een kratje van de Kiosk gelegd. Het personeel daar heeft me nog twee appelflappen en drinken aangeboden, omdat ze het zo goed vonden waar ik mee bezig was.”
De nachtchauffeur van de Dierenambulance Zwolle heeft de ooievaar bij het station van Teule overgenomen. Het dier is ter plaatse gecontroleerd en bleek geen breuken of andere zichtbare verwondingen te hebben. Wel was het ernstig verzwakt.
Na een paar uur in de noodopvang van de dierenambulance, is de ooievaar overgedragen aan de Stichting Vogel en Egelasiel Kampen, waar hij deze vrijdag nog altijd verblijft.
Dwangvoeding
Of het dier het gaat overleven, is nog altijd de vraag, zegt zijn verzorger Erwin van de Werf. „Hij kan nauwelijks op zijn pootjes staan en eet nog niet zelf. We geven hem dwangvoeding. Zijn menu bestaat uit vis en eendagskuikens.”
Van de Werf zegt voor het gemak even ‘hem’. „Maar we weten niet of het een mannetje of vrouwtje is. Dat is niet makkelijk te zien, en we moeten hem echt even met rust laten. Wilde dieren krijgen snel stress. We voeren hem zoveel mogelijk en verder is het afwachten.”
Hoe de ooievaar gewond is geraakt, is gissen. „Hij kan uit het nest zijn gevallen, maar ook door de aanzuiging van een trein gewond zijn geraakt. Dat weten we niet.”
Bij het vogelasiel krijgen ze geregeld gewonde dieren binnen die op of bij het spoor zijn gevonden. „Maar dat een dier met de trein is meegenomen, is erg bijzonder. Hulde voor de machinist!”
Zingeving
Machinist Teule blijft er nuchter onder. „Ik zie als machinist geregeld gewonde dieren langs het spoor. Dan bel ik bij de volgende stop altijd even de dichtstbijzijnde dierenambulance.”
Daarom is hij nu ook als vrijwilliger bij de dierenambulance in Uden aan de slag gegaan, voor een dag in de week. „Ik vind het leuk om iets voor de dieren te doen. Het is ook een stuk zingeving.”