
AlkenVier van de zes slachtoffers van de dodelijke brand in het OXY-gebouw in Brussel zijn Limburgers. De zaakvoerder van het Alkense metaalbedrijf On Time Metalworks (OTM) en drie medewerkers kwamen om het leven toen de kabel van de lift waarin ze zaten het begaf. “Onze wereld is helemaal ingestort”, zegt een ontroostbare weduwe.
Het drama gebeurde vroeg in de ochtend, maar Bianca Lambrechts, de vrouw van Truienaar Koen Hauquier, hoorde pas uren later dat haar man was gestorven. “Ik wist dat Koen op een werf in Brussel zat, maar niet in welk gebouw”, vertelt de weduwe geëmotioneerd. “Mijn schoonmoeder had het ongeval op televisie gezien. Toen ik daar ‘s middags aankwam om mijn zoontje te halen, vroeg ze of ik al iets van Koen had gehoord. Ik wist van niks.”
Veel vragen
Bianca probeerde Koen te bereiken. “Zijn gsm ging over, maar hij nam niet op. Daarna belde ik Stijn, maar bij hem belandde ik op voicemail. Uiteindelijk kreeg ik de medezaakvoerder om 14.30 uur aan de lijn. De politie was toen net op het bedrijf in Alken. Blijkbaar waren ze mij vergeten bellen. Op dat moment stort je wereld helemaal in.”

Een dag na het ongeval blijft Bianca met veel vragen achter. “Ik weet niets over de omstandigheden van de brand. Wat is er gebeurd? Kan ik het lichaam van mijn man nog zien? Ik moet het nieuws zelf bij elkaar sprokkelen. Met één vingerknip is mijn grote liefde afgepakt, mijn rots in de branding.”
Koen werkte als zelfstandige in onderaanneming voor OTM. “Hij was een ongelooflijk harde werker. Alles wat hij deed, moest tot in de puntjes zijn afgewerkt.” Normaal zou het gezin eind augustus samen op vakantie vertrekken, maar nu blijft er enkel verdriet over. “We zijn nog maar twee jaar getrouwd, maar al tien jaar samen. Koen was mijn soulmate, met een hart van goud. Zo iemand kom je maar één keer in je leven tegen. En die liefde zal blijven duren. Ik ga mijn best doen om verder te gaan voor zijn grootste trots: onze vier kinderen, die zo naar hun (plus)papa opkeken.”
Jongste slachtoffer
Jille Verleysen-Moerman (23) was de jongste van de vier Limburgse slachtoffers. Zijn vader Franky kreeg dinsdagvoormiddag een telefoontje van schoondochter Anoah, die had gezien dat er brand was uitgebroken in het gebouw waar Jille werkte. “Ze kreeg hem niet aan de lijn, maar ik probeerde haar gerust te stellen. Op zo’n werf is de verbinding vaak slecht.” Omdat ook de zaakvoerder niet opnam, reed de ongeruste papa uiteindelijk naar Alken. “Toen ik aan het bedrijf stond te wachten, kwam de politie net aan, samen met sociaal-assistenten. Toen wist ik genoeg.”
Franky leefde na het tragische nieuws op automatische piloot. “Die hele dinsdag is één grote waas. Ik heb afgelopen nacht maar een paar uur geslapen. Vanochtend kwam de grote klap en het besef dat ik mijn lieve, fantastische zoon kwijt ben.”
De vader hoopt dat zijn zoon niet heeft geleden. Woensdag reed hij naar Brussel om DNA af te staan voor de identificatie van het stoffelijk overschot. “Ik ben ook naar het OXY-gebouw gaan kijken. Aan de buitenkant zie je niets van de brand.”