Het Openbaar Ministerie (OM) legt zich niet neer bij het vonnis in de zaak waarin Peter van Dongen in Helvoirt om het leven werd gebracht. De rechtbank acht moord met voorbedachte rade niet bewezen; het OM volhardt wel in deze verdenking en gaat in hoger beroep.

Geen gevangenisstraffen van 22 en 24 jaar, maar van 12 en 13 jaar. Deze straffen legde de rechtbank Oost-Brabant twee weken geleden op aan drie mannen voor het doodschieten van Peter van Dongen in de bossen bij Helvoirt. Deze straffen liggen veel lager dan de eisen van justitie, omdat alleen doodslag bewezen zou zijn.
Peter van Dongen werd op 19 mei 2022 door Bart B. naar een verlaten plek gelokt en daar doodgeschoten. B. had Van Dongen gevraagd om achter hem aan te rijden, zodat hij een rit naar huis had als hij zijn auto bij de garage had afgeleverd. Het bleek een smoes. Onderweg naar het bos werd Kevin R. in Waalwijk opgepikt. Hij zou het fatale schot hebben gelost.
Tijdens de rechtszaak stelde B. dat het de bedoeling was om het slachtoffer ‘alleen maar’ af te persen. Dat liep totaal uit de hand. Van Dongen zou een aardig kapitaal op de bank hebben staan na de verkoop van zijn huis. De Bredanaar wilde eenvoudiger gaan wonen en liet daarom een tiny house bouwen door Wijnand de L. in Waspik. Bart B. verleende daar hand- en spandiensten.
Het Openbaar Ministerie ziet, in tegenstelling tot de rechtbank, voldoende bewijs dat De L. en B. een moordplan hadden gesmeed tegen Van Dongen (68). De L. had veel schulden, als gevolg van een gokverslaving, onder meer bij zijn zwager Bart B. De twee wilden zich het bijna opgeleverde tiny house toe-eigenen en de familie van Van Dongen na diens dood geld afhandig maken.