En of hij er diep voor moest gaan. Mathieu van der Poel dacht zelf ook ingerekend te worden in de laatste meters, maar besloot álles uit zijn lichaam te duwen op de Champs-Élysées, mét succes: “Ik deed gewoon mijn hoofd naar beneden en fietste zo hard als ik maar kon”
“Dit betekent heel veel voor mij”, pufte Mathieu van der Poel tijdens zijn flashinterview achteraf. “Ik denk al een jaar na over deze dag. Eigenlijk van toen ik vorig jaar ziek was en de rit toen op televisie moest bekijken. Toen dacht ik al over dit moment. En dat het dan überhaupt op deze manier gebeurt, is een droom die uitkomt. Wauw!”
“Dit is ongelofelijk. Het was super zwaar. En om dan daar helemaal vooraan te rijden met de beste rijder ter wereld, wauw. Alle respect naar Tadej. Ik dacht dat we nog teruggepakt zouden worden, maar ik bleef in mijn hoofd denken aan dit moment en besloot de laatste 500 meter gewoon mijn hoofd naar beneden te doen en zo hard te fietsen als ik maar kon.”
Rit die hij absoluut wou winnen
“Ik was aan het wachten tot er een wiel mij zou passeren, maar dat gebeurde niet. Tot ik op het allerlaatste een Pirelli-wiel naast me zag opduiken, nota bene dat van Jasper. Fantastisch gewoon: het toont dat wij nooit opgeven. De start van onze Tour was niet goed, maar als je dan 1 en 2 bent op de Champs-Élysées, is dat geweldig.”

“Ik kon niet meer verwacht hebben van deze Ronde voor mij. Ik ben super blij. Er was één rit die ik zeker nog wou winnen in mijn carrière – of toch een paar – maar dit was daar absoluut een van.”
Voor deze fantastische zege moest MVDP wel ontzettend diep gaan. Zo diep dat hij meteen na de meet tegen een nadar moest gaan liggen om te bekomen. “In het Nederlands hebben we een gezegde: dat je je tenen moet uitkuisen om zoiets te bereiken. Maar ik weet niet vanwaar dit kwam. Alleszins niet vanuit mijn tenen (lacht).”