De brand in Meppel gisteren leek allesverwoestend. Slagerij Lantinga is verzwolgen, maar bij de buren valt de schade heel erg mee.
“Mijn deur is een beetje ontzet, net als de sponning”, vat Charles Larmené de averij aan zijn woning samen. Hij woont pal tegenover de ruïne die rest van de slagerij.
En ook bij Klaziena Konterman, die pal naast ‘Lantinga’ woont, is er van een ravage in het geheel geen sprake. “Ik snap er eigenlijk niets van, als je dat hier zo zag allemaal.”
Overbuurman Lamerné was gisteravond al op tijd weer thuis, net als de rest van de geëvacueerde bewoners. “Mijn hele laminaatvloer was gisterochtend nat, van al het bluswater natuurlijk. Daar kon ik nog snel handdoeken op leggen. Maar ik zie er nu niets meer van. Eigenlijk is het een wonder.”
Borrel gedronken
Dat zou je zo kunnen zeggen. Lamerné werd gisterochtend uit zijn huis gehaald door de brandweer. Dat ging er niet zachtzinnig aan toe. “Ik hoorde ze wel kloppen, maar zij hoorden mij niet. Dus beukten ze de deur in. Logisch. Ik hoorde van een buurman verderop dat zijn deur écht kapot is. Die van mij krijg je nog gewoon dicht.”
Vlak daarvóór was hij nog boven, waar hij recht de vlammenzee inkeek. “Het is ongelooflijk. De afstand was pakweg drie meter en ik heb hierboven enkelglas, maar alles is nog heel. Dankzij de brandweer die alles goed nat hield, denk ik. Hebben ze goed gedaan.”
Zo kijkt Klaziena Konterman er ook tegenaan. Ze prijst zichzelf gelukkig dat het zo is afgelopen. “Geen slachtoffers, dat is het belangrijkste. En voor de slagerij is het natuurlijk vreselijk. Maar wij zijn er wel heel goed vanaf gekomen. Daar hebben we wel even een borrel op gedronken gisteravond.”
Licht rookgeurtje
Ook zij moest gisterochtend haar huis verlaten, met een geweldig onbestemd gevoel. “Toen ik die vlammenzee zag, was ik er bijna van overtuigd dat ons huis ook geraakt zou worden. Dat we gisteravond weer terug naar huis mochten is in wezen niet te geloven. Ja, ik had eerlijk gezegd wel rekening gehouden met een logeerpartij.”
Tot haar stomme verbazing bleek er bij thuiskomst amper iets aan de hand. “Onderweg van wijkcentrum De Poele naar huis, spraken een paar buren me aan, dat ze zo vreesden voor mijn huis. Maar dat was dus nergens voor nodig, hoe raar ook.”
Ja, haar tuin ziet eruit als een rampgebied. “Tja, als dat het ergste is…” Maar in haar woning is de enige herinnering aan de enorme brand een licht rookgeurtje. “Geen waterschade, geen roet, niks. We zetten een paar dagen de ramen open en het is klaar. Echt waar.”