
Meer dan honderd erfgenamen van oma Schaaij dachten recht te hebben op een vergeten stukje grond in de Rotterdamse Tweebosbuurt. De gemeente spoorde hen op, omdat ze de grond nodig heeft voor de herontwikkeling van de wijk. Nu blijkt dat het perceel mogelijk al jaren eigendom is van de Staat.
“Wat een bijzondere afslag”, reageert achterkleindochter Anita Schaaij op de onverwachte ontwikkeling. De ruim honderd mogelijke erfgenamen verwachtten een brief met de taxatiewaarde van hun stukje familiegrond. In plaats daarvan viel een heel andere mededeling op de mat: de onteigening ligt voorlopig stil.
“Heeft Rotterdam geen jurist in huis die dit had kunnen weten?”, is de eerste reactie van achterkleinzoon Sjaak van der Stoel (73). Hij vindt het ronduit “onnozel” als nu blijkt dat de grond van zijn overgrootoma helemaal niet meer van haar erfgenamen is. “Rotterdam is toch geen dorp van twintig huizen.” Bovendien had het volgens hem een hoop werk gescheeld. “Dan hadden ze al die erfgenamen niet hoeven zoeken.”
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) heeft zich bij de gemeente over het perceeltje gemeld en beroept zich daarbij op artikel 4:226 van het Burgerlijk Wetboek. “Kort gezegd komt een nalatenschap aan de Staat te vervallen als niemand deze binnen twintig jaar na het overlijden heeft opgeëist”, schrijft de gemeente.
Oma Schaaij – oftewel Wilhelmina Fokkolina Meppelder – overleed in 1955 op 102-jarige leeftijd. Dat is ruim zeventig jaar geleden. Ook haar kinderen zijn al lang overleden.