
VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans laat er geen misverstand over bestaan: hij vindt de eisen en de opstelling van de grootste vakbond FNV, en daarmee ook oppositiepartij PRO, helemaal niets.
“Onze bedrijven moeten concurreren met Amerika en China”, zegt Brekelmans in zijn Binnenhoflezing die hij woensdag in Nieuwspoort uitspreekt. In Chinese bedrijven wordt zes dagen per week van 9.00 tot 21.00 uur gewerkt. Dat komt neer op een 72-urige werkweek, rekent Brekelmans uit.
“Nu moeten wij in geen enkel opzicht een tweede China worden”, haast Brekelmans zich te zeggen. Alleen komt er vervolgens een ‘maar’ van de VVD’er. “Hier stellen vakbonden voor om van een 36-urige naar een 32-urige werkweek te gaan.”
Zo is de vergelijking tussen de Chinese en een Nederlandse arbeidsmarkt toch gemaakt.
Dat doet Brekelmans omdat hij die 32-urige werkweek helemaal niets vindt. “Hoe kunnen we met 32 uur in de week bedrijven laten groeien, meer ouderen verzorgen, 100.000 huizen bouwen, onze krijgsmacht opbouwen?”
‘Praten bonden weleens met dit soort harde werkers?’
Ook jongeren die “in hun eerste baan al parttime willen werken” zijn de VVD’er een doorn in het oog.
Tegelijkertijd zijn er werknemers die juist meer willen werken. Dat zag Brekelmans bij een loonbedrijf in Drenthe, zegt hij. Daar wordt ‘s avonds bijgeklust om meer te verdienen, om in het weekend leuke dingen te kunnen doen. “Ik vraag mij af of de bonden weleens met dit soort harde werkers praten.”
Brekelmans houdt op sociaal-economisch vlak een klassiek VVD-verhaal. Zo heeft hij het ook over de anderhalf miljoen mensen die een vorm van een uitkering krijgen omdat ze werkloos zijn, arbeidsongeschikt of in de bijstand zitten.
Hij zet die groep af tegen de 400.000 vacatures die vervuld moeten worden. Dat er zoveel mensen in de woorden van Brekelmans aan de kant staan, kunnen we ons volgens hem “niet veroorloven”.
Daarom zijn hervormingen nodig, vindt Brekelmans. Daarmee stipt hij de gesprekken tussen de vakbonden en het kabinet over de hervorming van sociale voorzieningen aan. Of beter gezegd: het gebrek aan een gesprek. Want de vakbonden, en in hun kielzog oppositiepartij PRO, zien de hervormingen als keiharde bezuinigingen.
‘Kijk eens verder dan je protestbord lang is’
En die heeft het kabinet ook zo in de boeken gezet. Het gaat om de werkloosheidsuitkering (WW), de uitkering bij arbeidsongeschiktheid (WIA) en loondoorbetaling bij ziekte. Daarom wordt er vandaag gestaakt.
Daar wil Brekelmans serieus met de vakbonden over praten, zegt hij. Om vervolgens opnieuw een sneer uit te delen richting de werknemers. “Maar in plaats daarvan wachten we al maandenlang tot een paar vakbondsbestuurders aan tafel komen. Eerst moesten ze wekenlang op vakantie, vandaag per se staken.”
Vooral de grootste vakbond FNV, die het felst tegen de bezuinigingen is gekant, moet het ontgelden. De bond schetst volgens Brekelmans een doemscenario van de gevaren voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Banen verdwijnen richting China en de VS, en AI neemt het werk over, waarschuwt FNV. Brekelmans: “Ik zou zeggen: kijk eens verder dan je protestbord lang is.”
Brekelmans doet in zijn toespraak weinig moeite om de vakbonden voor zich te winnen. Aangezien FNV en PRO samen optrekken in hun strijd tegen deze plannen, kan dit ook niet worden gezien als een handreiking naar de grootste oppositiepartij. Ook in de Eerste Kamer is de partij van Jesse Klaver hard nodig voor een meerderheid.
Het kabinet had gehoopt een opening te bieden door wat plannen te laten lekken die de werknemers en de linkse partij zouden kunnen bekoren. Maar dat was niet het geval, getuige de ov-staking van vandaag en de afwijzende reactie van PRO.
‘Beoordelen kiezers de oppositie op harde tegenspraak?’
Het is de vraag of deze harde toon van Brekelmans de minderheidscoalitie goed zal doen. Toch hoopt hij dat oppositiepartijen zich aansluiten bij de onderhandelingen. Want, zo zegt hij, die hebben met een minderheidskabinet “meer ruimte” en daarmee ook “meer verantwoordelijkheid” om de koers van het land mede te bepalen.
Brekelmans: “De vraag is: gaan kiezers oppositiepartijen beoordelen op hoe hard ze tegenspraak geven of op hoeveel ze voor elkaar krijgen?”
Het is de vraag of Brekelmans hiermee een opening biedt of de druk op de oppositie opvoert. Ondanks zijn uithaal naar links en de vakbonden hoopt Brekelmans alsnog op “wisselende meerderheden” in de Kamer.
Of dat lukt, zal de komende maanden tijdens de onderhandelingen over de kabinetsplannen moeten blijken.