Twee dierenorganisaties hebben aangifte gedaan tegen de jagers die eind vorig jaar wolf Bram doodschoten. Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden zijn boos, omdat de wolf op de betreffende avond om 23.10 uur werd gedood, terwijl het volgens de vergunning niet later mocht dan 17.33 uur.Maak RTL je Google-favoriet

In de afschotvergunning stond dat de wolf, GW3237m, tussen één uur voor zonsopgang en één uur na zonsondergang mocht worden gedood. Dat het dier werd doodschoten na 23.00 uur was die dag ruim 5,5 uur te laat.
‘Stroperij’
Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden vergelijken het met stroperij. “Een persoon die buiten het jachtseizoen een dier doodt, maakt zich daar schuldig aan. Iets vergelijkbaars is hier het geval”, stellen ze. De provincie Utrecht sprak eerder over een ‘lichte overtreding’.
De dierenorganisaties kwamen er via documenten, die ze opvroegen middels een woo-verzoek, achter dat Bram te laat is doodgeschoten. Volgens hen blijkt uit de stukken dat ‘men zich bewust was van het feit dat de actie illegaal was’.
Zo valt er te lezen dat de jagers rond 22.55 uur die avond beelden zagen waarop ze Bram herkenden. ‘Na weging’ is toen besloten ‘het dier ondanks het tijdstip uit de populatie te nemen’. Wat hierbij zou hebben meegespeeld, is dat de jagers door ‘activistisch publiek’ werden gestoord als zij naar de wolf zochten.
‘De hand boven het hoofd’
Wie Bram doodschoot, weten de organisaties niet. “De beschikbare documenten maken niet duidelijk welke persoon het dodelijke schot heeft gelost, wie de beslissing heeft genomen de uitvoering voort te zetten nadat het toegestane tijdstip was verstreken, en wie welke rol bij dit alles heeft vervuld.” Ze vinden dat dat uit politieonderzoek moet blijken en doen aangifte tegen zowel de ‘schutter’ als de ‘overige verantwoordelijken’.
Eerder dienden de partijen al een handhavingsverzoek in bij de Omgevingsdienst Utrecht. Daar is nog niet op beslist. Dat ze ook aangifte doen, komt omdat Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden vinden dat ‘de provincie en omgevingsdienst Utrecht de daders de hand boven het hoofd houden’.
“Deze vorm van bestuurlijke corruptie tast de integriteit van de overheid aan. Vandaar dat naast een bestuursrechtelijk traject ook strafrechtelijke vervolging op zijn plaats is.”
De provincie Utrecht kan nog niet op vragen reageren. De politie bevestigt aangiften niet.