Twee maanden geleden werd Charlotte Van Looy (33) mama van Florence. Over het prille moederschap spreekt ze voorzichtig. Ze wil niet de indruk wekken dat ze de waarheid al in pacht heeft. Op haar hoede is ze sowieso: als partner van hoge boom Ruben Van Gucht (39), sportjournalist, talkshowpresentator en dj, vangt ook zij veel wind. ‘Liever de pijn van de waarheid.’
De kleine Florence ligt zalig te dromen, beide armpjes hoog in de lucht, alsof ze zich zonder verweer heeft overgegeven aan de slaap. Papa Ruben is er niet, maar de drie Rhodesian ridgebacks Stella, Mowgli en Akia houden de wacht.
Wat deed moeder worden met je?
“Het verandert je compleet. Toen ik nog geen kinderen had, durfde ik de honden weleens ‘mijn kinderen’ te noemen. Als iemand dan zei dat je die twee toch echt niet kunt vergelijken, dacht ik: och, zwijg. (lacht) Nu denk ik: waar zat ik toch met mijn hoofd?! Dit is liefde in de overtreffende trap, een liefde waarvan ik niet eens wist dat ik ze in me had.
“Ik had echt niet verwacht dat dit zo overweldigend zou zijn. Als ik naar Florence kijk, zou ik wel kunnen huilen. Ik heb niet genoeg woorden om te beschrijven wat ik voor dat kind voel. Mijn god, wat klink ik melig. (lacht) Wil je in je artikel wel vermelden dat ik nog vol hormonen zit?”
Was dat zo voorzien?
“Ze zijn er pas laat achter gekomen dat mijn bekken waarschijnlijk te smal is voor een natuurlijke bevalling. Een week voor mijn uitgerekende datum wist ik dat het een keizersnede zou worden, veel tijd om me mentaal voor te bereiden had ik niet.
“Het was fijn dat ik niet heb moeten persen alsof mijn leven ervan afhing, maar zo’n keizersnede is wel heel klinisch. Alle romantiek van een bevalling wordt je compleet ontnomen. Je gaat een kille operatiekamer binnen, krijgt een ruggenprik, en dan ga je liggen, in het volle besef dat ze je buik gaan opensnijden. Van de keizersnede zelf heb ik niks gezien: ik lag achter een doek. Ik voelde wel veel geduw en getrek, en na een kwartier zeiden ze: ‘Ze is er bijna.’”
Wel handig voor een drukbezet man als Ruben dat de geboorte ingepland kon worden.
“Hij is geen moment van mijn zijde geweken en moest heel hard huilen. Ik niet: ik vond het te raar en te klinisch. Omdat hij zo hard huilde, heb ik me dan maar op hem geconcentreerd, zodat ik niet met het geduw en getrek aan mijn lijf bezig moest zijn.
“Toen Florence er was, riep hij emotioneel: ‘Kijk, dit hebben wij gemaakt.’ Ze werd heel even op mij gelegd, voor Ruben en de verpleegkundigen haar meenamen om haar te wegen. Ik ben nog lang op de operatietafel blijven liggen, terwijl de dokter me dichtnaaide: ‘Nu ga je even een ambetant gevoel ervaren, ik ga je baarmoeder weer op haar plaats leggen.’ Dat wil ik toch niet weten!”
Is Ruben vaak zo emotioneel?
“Nee, maar voor hem was het de eerste bevalling. In Kroatië, waar zijn zoontje Mondo is geboren, is het de gewoonte dat papa’s niet bij de geboorte aanwezig zijn. Dat wist Ruben vooraf niet. Hij zat in een kamer in het ziekenhuis te wachten tot ze hem zouden komen halen voor de bevalling. In plaats daarvan kreeg hij opeens te horen: ‘U mag nu bij uw zoon.’ Voor hem was dit een goedmaken van wat hij de vorige keer had gemist.”
Nieuwpoort-Bad
In februari maakte je je zwangerschap bekend: ‘Niet gepland, wel gewenst.’ Wie schrok het hardst toen twee streepjes blauw kleurden op het plasstokje?
“Ruben was er niet bij. Eigenlijk was het heel stom: ik had tijdens het opruimen een oude zwangerschapstest gevonden. In plaats van die weg te gooien heb ik hem gebruikt. Toen bleek die opeens positief te zijn. Ik heb meteen bloed laten prikken en ’s avonds, tijdens onze wandeling met de honden, heb ik het aan Ruben verteld. Uiteraard schrok hij: ‘Ben je zeker?’”
Had het onderwerp al op tafel gelegen?
“Nee. Ik heb nooit echt een kinderwens gehad. Ik was niet zo’n meisje dat al van kleins af verkondigt dat ze koste wat het kost moeder wil worden, desnoods alleen. Ik ben in alles heel besluiteloos, een eeuwige twijfelaar. Ook over kinderen dacht ik: ik zie wel. Toen het opeens zover was, waren we wel dolblij met de komst van Florence.”
Wie heeft de naam eigenlijk gekozen?
“Hij stond ooit al op een lange lijst, maar Ruben heeft hem opnieuw op tafel gegooid na een etentje met Stijn Peeters. Stijns dochter heet Flo. Ruben kwam die avond thuis: ‘Wat denk je van Florence?’ Toen klikte er iets.”
Ze is niet in Florence – of Firenze – verwekt?
“Nee. In Nieuwpoort, op Rubens verjaardag.”
Goed dat jullie niet voor die naam zijn gegaan.
“Nieuwpoort-Bad: dat bekt toch niet zo goed. (lacht) Ik ben heel blij met Florence.”
Hoe gaan jullie het praktisch aanpakken?
“Kun je daar als kersverse ouder überhaupt een pasklaar antwoord op geven?“
Jullie wonen in elk geval samen. Dat lijkt evident, maar lange tijd hebben jullie daar nogal vaag over gedaan.
“We wonen nu vier jaar samen. Van bij het begin hebben we duidelijk afgesproken dat ik het leeuwendeel van de zorgtaken op mij zou nemen, gezien Rubens carrière.”
In een recente column beschreef hij zijn bomvolle agenda: het begint ’s ochtends vroeg op de radio, en eindigt om 4 uur ’s nachts na een paar dj-sessies met twee pistolets met preparé voor het slapengaan.
“Sinds het dj’en erbij is gekomen, is het veel drukker geworden. Ik bewonder dat hij er zo voor gaat. Dan is het logisch dat de meeste taken op mijn schouders belanden. Ik zou het ook niet anders willen.
“Maar als hij thuis is, ligt zijn focus volledig bij Florence. Als hij een videocall heeft voor Happy Hour en Florence begint te huilen, zegt hij niet: ‘Zorg jij even voor de baby’, maar neemt hij haar op schoot en vergadert hij gewoon verder.”
IJzer smeden
In een vorig interview sprak hij over zijn voornemen om een geëngageerde vader te zijn.
“Dat lukt voorlopig. Hij is een drukbezette, maar heel betrokken vader. Ik heb hem nog nooit naar een andere vrouw zien kijken zoals hij naar Florence kijkt.”
Is het wel het juiste moment voor een ontluikende dj-carrière?
“Je moet het ijzer smeden als het heet is. Het is zijn ambitie om over een jaar of tien beduidend minder te gaan werken, net om er meer te zijn voor zijn beide kinderen. Die dj-carrière zat ook al in de pijplijn vóór ik zwanger was. Ze is de voorbije zomer alleen enorm geboomd.”
Je gunt het hem.
(knikt) “Alles wat hij professioneel in handen neemt, doet hij goed en draait uit op een succes – als je zoiets al mag zeggen over je eigen vent. Hij is heel gepassioneerd en gedreven.”
Maar slaapt hij nog?
“Hij heeft heel weinig slaap nodig: gemiddeld vier uur per nacht. Soms meer, maar tijdens de weekends is het vaak ook minder.”
Slaap jij meer?
“Op dit moment niet: Florence krijgt om de drie uur voeding.”
Antwerps burgemeester Els van Doesburg (N-VA) stoorde zich in een recent interview aan de bijna uitsluitend negatieve vragen die ze kreeg na haar bevalling van Marcel: ‘Slaap je wel? Hoe krijg je het gecombineerd? Ben je niet doodop?’ Doen we te negatief over het moederschap?
“Ik vind het net goed dat er eindelijk wat ruimte is om te benadrukken hoe zwaar het soms is. We hebben het veel te lang geromantiseerd. Hoe mooi het ouderschap ook is, de roze wolk geldt misschien niet voor iedereen. Na mijn keizersnede voelde ik me goed, maar de eerste nacht thuis kreeg ik bloedingen en ben ik met spoed geopereerd. Op slag was ik een heel stuk van mijn roze wolk kwijt.
“Ik ben nog niet aan het werk, maar mijn dagen zijn helemaal gevuld met Florence. Laatst zei iemand, een tikje verwijtend: ‘Ruben is wel de enige van jullie twee die werkt, hè.’ Toen dacht ik: wacht even, dit is óók een fulltimejob, hoor. Ik ga letterlijk naar het toilet met mijn kind op schoot.
“Het moederschap is boeiend en interessant, maar het komt zonder handleiding. Het is een zoektocht. Je denkt als ouder: ik ga mijn kind van alles leren over het leven. Maar na twee maanden heb ik vooral het gevoel dat mijn kind míj van alles leert: over onvoorwaardelijke liefde, over relativeren en wat er écht toe doet.”
Wat doet er nu minder toe?
(denkt na) “Alles? Ik ben een enorme stresskip. Vorige week is iemand tegen mijn auto gereden. Ik moest op het politiebureau een klacht tegen onbekenden gaan indienen. Normaal zou zoiets mijn hele dag verpesten. Nu maakt het me niet uit. Whatever, het is maar blikschade.
“Voorlopig weet ik nog niet wat ik na mijn bevallingsverlof professioneel ga doen.”
Gaf jij geen les?
“Het laatste jaar gaf ik thuisonderwijs, voordien heb ik jaren voor de klas gestaan in het middelbaar. Maar in het onderwijs zien ze me nooit meer terug. Qua uren valt leerkracht zijn misschien goed te combineren met een gezin, maar dat geldt alleen als je al jaren hetzelfde vak geeft en dezelfde cursus hebt. Ik gaf vijf verschillende vakken in drie verschillende graden en verdronk in het werk.
“Misschien ga ik opnieuw een boek schrijven. Wie weet, neem ik er ook weer een job in de horeca bij – dat ligt me wel. Het is niet omdat Ruben centen verdient dat ik niet voor mezelf en mijn kind wil kunnen zorgen. Normaal zou ik daar keihard over stressen, nu overheerst het gevoel: ik zie wel.”
Moeilijk mens
Krijgen vaders andere reacties van de buitenwereld?
“Ja, maar dat houden we ook zelf in stand. Ik merk bij vriendinnen dat ze bijna gaan applaudisseren als papa een keer uit zichzelf een pamper ververst. Ik mag eindelijk opnieuw gaan sporten en heb mezelf er al op betrapt dat ik de term ‘babysitten’ gebruikte over Ruben. Als in: ‘Kun jij dan even op Florence babysitten?’ Hij is de vader van mijn kind, géén babysit.”
Hoe bedreven is Ruben in het verversen van pampers?
(lacht) “Minder bedreven dan mama, maar ik ben hem gewoon altijd voor. Hij krijgt de kans niet.”
Kijk je nu anders naar hem?
“Ik zie hem sowieso graag, maar nu ligt er nog een extra laag liefde bovenop. Ik zie nu een kant van hem die ik nog niet kende – ik ging niet mee naar Kroatië wanneer hij zijn zoontje ging bezoeken. Dat is mooi om te zien en het maakt me gelukkig.”
Jullie leerden elkaar kennen toen je tweede boek uitkwam.
“Mijn éérste boek, Wij, millennials. Ruben had me proficiat gewenst op sociale media. Zo zijn we aan de praat geraakt. Ik was net beginnen te schrijven aan mijn tweede boek.”
Dat heette Ontrouw. Van meet af aan lagen die grote relatiethema’s op tafel. Was dat voor jou de eerste keer?
“Ik kwam net uit een monogame relatie. Nadat die was stukgegaan, had ik voor mezelf uitgemaakt dat monogamie niets voor mij is. Iedereen moet dat voor zichzelf uitmaken, maar ik geloofde niet meer in eeuwige huwelijkstrouw.”
Je ouders zijn toch nog altijd samen?
“Ja, maar ik was zelf een paar keer bedrogen. Ik zag het ook zo vaak gebeuren in mijn omgeving. Met Ruben kon ik er voor het eerst open over communiceren.”
Dat voelde verfrissend?
“Ja. Voor mij, maar zeker ook voor hem. Voor het eerst kon hij er eerlijk over zijn, zonder dat er een oordeel werd geveld.”
Wat heeft hij dat een andere man niet heeft?
“Ik ben verliefd geworden op zijn eerlijkheid. Hij is open-minded, respectvol, lief en natuurlijk heel knap. Ik vind het ook aantrekkelijk hoe gedreven en gepassioneerd hij is. Als hij iets voor ogen heeft, gaat hij er vol voor.”
Trekt dat je aan omdat je zelf zo’n twijfelaar bent?
“Dat helpt wellicht. Hij is zelfverzekerd. Mensen die té zelfverzekerd zijn, daar heb ik het moeilijk mee. Ik weet dat hij soms zo overkomt, maar dat is een beetje wat de media van hem hebben gemaakt.”
Wat vond je van zijn passage in De verraders?
“Van de móntage, bedoel je. Ik ben absoluut niet iemand die blind van liefde haar man zal verdedigen, maar wat daar is gebeurd, is niet correct. Ze hadden hem op het hart gedrukt dat ze de sensatie rond zijn gedrag niet nodig hadden om het programma in de kijker te zetten. In de eerste afleveringen zouden ze de focus leggen op het overlijden van Margriet, maar in plaats daarvan hebben ze alles zo geknipt en geplakt dat de focus volledig op Ruben kwam te liggen. Margriet heeft hem misschien een dwarszak genoemd, ze heeft ook nog tien andere, lieve dingen over hem gezegd. Alleen zijn die er allemaal uit geknipt. Wie hielp Margriet uit haar kist toen ze er in haar eentje niet meer uit kon? Dat is óók een kant van Ruben.”
Maar was het dan zo correct van hem om een horloge mee te smokkelen in een proef waarbij dat duidelijk niet mocht?
“Voor hij in die kist moest, vroeg de productie of hij een horloge droeg. Hij zei van niet: hij dróég geen horloge, hij had er één op zak. Ze hadden die vraag maar beter moeten formuleren, zo redeneert hij. Hij heeft nooit valsgespeeld, hij heeft wel de grenzen opgezocht. Zo is hij: hij is ontzettend competitief. Maar dat wist de productie op voorhand: er gaan zeker tien gesprekken vooraf aan zo’n deelname.
“Ik zeg niet dat hij het spel niet moeilijk heeft gespeeld. En als Margriet hem een dwarszak noemt, dan begrijp ik dat wel.”
Noem jij hem ook weleens zo?
“Nee. Ik noem hem een moeilijke mens. (lacht) Ik begrijp dat het soms frustrerend moet zijn geweest voor zijn medekandidaten: ‘Ruben, stop nu met zoeken naar gaten in de spelregels.’ Dat begrijp ik. Ik ben zelf ook niet iemand die grenzen opzoekt. Dat zit niet in mij. Maar ik blijf erbij: ze wisten waaraan ze begonnen.”
Je lijkt bozer dan hij.
“Ruben is niet boos. Hij is niet blij met alle commentaar die er is gekomen, maar hij trekt zich dat doorgaans niet aan. Waar hij wel niet blij mee is, is het onrecht. Ik begrijp hoe onrechtvaardig het voelt.”
Ben je daarom in je pen gekropen op Instagram? Je schreef: ‘Een sterk karakter is niet altijd een moeilijk karakter. En zelfs een moeilijk karakter is daarom nog geen slecht karakter.’
“Zo is hij wel afgeschilderd: als een slecht karakter. Op de cover van Dag Allemaal stond: ‘Zijn narcisme kent geen grenzen.’”
Wie vaak grenzen opzoekt, dendert soms los over de grenzen van een ander.
“Gaan voor je eigen geluk mag nooit ten koste gaan van andermans geluk.”
Dat doet Ruben niet?
“Nee. Hij is altijd heel open en duidelijk over wat dan ook. Bij Ruben weet je perfect waar je aan toe bent. Als hij zijn eigen geluk nastreeft en jij vreest dat dat jou ongelukkig zal maken, dan weet je dat op voorhand. Aan jou de keuze.”
Is jullie open relatie daar ook een voorbeeld van?
“Precies. Het was aan mij om het te nemen of te laten. Dan moet ik achteraf niet komen klagen: ik wist niet dat het zulke proporties zou aannemen. Alles lag van meet af aan op tafel.
“Ik herhaal het in elk interview: een open relatie is niet makkelijk. Het is niet omdat er eerlijkheid is en je weet waar je aan toe bent, dat het eenvoudig is. De waarheid kwetst soms. Maar liever de pijn van de waarheid, dan in shock erachter komen dat je partner jarenlang een Sportpaleis kon vullen met andere vrouwen, over wie je niets wist.”
Kamer scannen
Jij lijkt me iemand die veel rekening houdt met andermans geluk.
(knikt) “Ik ben het andere uiterste: voor ik iets zeg of onderneem, denk ik altijd twee keer na over welk effect het op een ander zal hebben. Op een familiefeest zal ik altijd eerst de kamer scannen. Zit mijn moeke van 89 op een comfortabele stoel? Heeft ze een glas water? Pas als iedereen rond me oké is, voel ik me goed. Ik wil het niet te veel labelen, maar hoogsensitief is misschien wel een term die bij me past.”
Moeten Ruben en jij jullie open relatie gaan herkalibreren nu Florence er is?
“We zijn nog maar twee maanden ver en voorlopig merk ik nog geen verschil. Maar vraag het me over tien jaar nog eens en misschien geef ik dan een ander antwoord. Als prille moeder ben ik er totaal niet mee bezig.”
Wordt het hele idee van een open relatie niet scheefgetrokken na een bevalling? Hij kan rustig gaan dj’en, jij zit thuis met lekkende borsten.
“Sowieso. Wat zou ik nu met andere mannen moeten? Blijf allemaal weg van mij, het interesseert me niet. Ik heb daar nu geen behoefte aan.”
Kun je je voorstellen dat dat ooit terugkeert?
“Moeilijke vraag. Dat zal de tijd moeten uitwijzen.”
Stel dat het niet terugkeert, dat jouw kant van jullie open relatie voortaan gesloten blijft…
“Dan ga ik van mijn partner niet hetzelfde verwachten.”
Dat verandert toch alles?
“Ruben en ik zijn zeven jaar samen. We kennen elkaar al zo lang en zo goed, en we praten voortdurend. Ik vertrouw erop dat het dan ook wel zal werken.”
Wat als Florence straks ook grenzen begint op te zoeken? Ik kan me de discussies nu al voorstellen: ‘Maar jullie hadden niet gespecificeerd dat ik om 12 uur ’s náchts thuis moest zijn, niet ’s middags.’
(lacht) “Het zou me niet verbazen als ze wat van dat sterke karakter van haar vader heeft geërfd. Maar als er ook iets van mij in zit, zal ze wel een mildere versie worden.”
Volg jij altijd braaf de regels?
“Eigenlijk wel. Ik was een makkelijke puber.”
Op de lagere school werd je zwaar gepest. Later ontwikkelde je een eetstoornis. Loopt er een rechte lijn tussen die twee?
“Ja. Pesten maakt je onzeker. Ik was een easy target, omdat ik mollig en braaf was.”
Draag je dat nog altijd mee?
“Voor pesten ben ik niet bang: ik laat me niet meer doen. Maar het heeft wel een stempel gedrukt op wie ik geworden ben. Ik ben nog altijd een heel onzekere vrouw, die veel bevestiging nodig heeft van haar omgeving.”
Over een eetstoornis zeggen ze ook dat je die de rest van je leven meedraagt.
“Mijn boulimie is begonnen in het zesde middelbaar en heeft geduurd tot ik een jaar of 25 was. Maar het klopt: je raakt er nooit helemaal vanaf. Alleen tijdens mijn zwangerschap kon ik het loslaten: toen voelde ik me opeens zelfverzekerd. Dat was fantastisch. Eindelijk kon ik nog eens genieten van op restaurant gaan, zonder na te denken over hoeveel honderd gram ik de volgende dag zou zijn bijgekomen.
“Ik neem al jaren mijn weegschaal mee op reis, zelfs al heb ik alleen handbagage. Tijdens mijn zwangerschap deed ik dat niet. Net voor ik naar het ziekenhuis vertrok voor mijn keizersnede, heb ik mezelf wel gewogen, gewoon om te weten hoeveel ik finaal was bijgekomen.”
En?
“Vijftien kilo. Gemiddeld, denk ik. Die zijn er intussen weer af.”
Op zo’n korte tijd?
“Al na vijf weken. Ik heb daar oprecht niets voor gedaan, ik mocht niet eens sporten. Ik denk dat ik een snel metabolisme heb. Soms vergeet ik ook gewoon te eten, omdat ik zo druk bezig ben met Florence.”
Kun je nu nog altijd genieten van een restaurantbezoek?
“Voorlopig wel, maar ik weet niet of dat zo zal blijven. Als ik de komende tijd toch opeens begin bij te komen, ben ik er zeker van dat mijn oude gewoontes weer de kop zullen opsteken. Ik ben sowieso een kleine eter. Door al die jaren van weinig eten is mijn maag gekrompen.”
Wat moet ik me daarbij voorstellen?
“Ik eet zoals iemand met een gastric bypass, vermoed ik. Op restaurant neem ik een voorgerecht. Meer krijg ik echt niet binnen, dan ga ik misselijk naar huis. Of ik neem een hoofdgerecht en Ruben eet de helft op. Tussen ons zijn mijn eetgewoontes helemaal geen gespreksonderwerp.”
Is de zelfverzekerdheid van tijdens je zwangerschap gebleven?
“Nee. Ik zal altijd een onzeker persoon blijven, hoe vaak Ruben me ook bevestiging geeft. Hij zegt me bijna dagelijks wat voor goede moeder ik ben, en hoe trots hij op me is. Maar ik blijf onzeker. Mijn hoofd staat nooit stil. Ik ben het boegbeeld van de overthinkers.”
Maakt die onzekerheid van jou een pleaser?
“Vast wel.”
Hoe zeker ben je dat je onzekerheid er niet voor zorgt dat je instemt met die open relatie? Dat polyamorie meer een vorm van pleasen is dan een keuze?
“Vrij zeker. Ik had tijdens het schrijven van mijn boek over ontrouw – dus vóór ik Ruben kende – al voor mezelf uitgemaakt dat ik die relatievorm wilde. Ik doe het voor mezelf, omdat ik mannen niet vertrouw. Dat betekent niet dat ik een oordeel vel over andermans relatie. Dat ik geen vertrouwen heb, ligt aan mij en heeft met niemand anders te maken.
“Wat ik wel grondig beu ben, is dat ik het telkens opnieuw met handen en voeten moet uitleggen aan de buitenwereld. Het gaat er voortdurend over.”
Heb je spijt dat Ruben die ontboezeming over polyamorie heeft gedaan in Het huis?
“Nee. Het speculeren voordien – hij is met die vrouw gespot, hebben die iets? – was nog veel erger. Het is alleen jammer dat het sindsdien zo is opgeblazen.”
Ongelukkigste kind
Je bent uiteindelijk van je eetstoornis verlost door je omgeving in te schakelen en te vragen: hou me tegen als ik na het eten ga overgeven, let op de signalen.
“Voor mijn familie en vrienden was dat het zwaarst. Als ik aan iemand sorry moet zeggen, dan is het aan mijn mama. Niet alleen voor die eetstoornis, maar voor elke keer dat ze machteloos aan de zijlijn moest toekijken. Nu ik zelf mama ben, besef ik dat beter. Nu begrijp ik wat ze bedoelde, toen ze zei: ‘Je bent als moeder maar zo gelukkig als je ongelukkigste kind.’”
Je hebt het geluk van je kind niet in de hand.
“Klopt. Loslaten wordt sowieso een werkpunt voor mij, op elk vlak.
“Ik ben zelf overbeschermd opgevoed. Het heeft ervoor gezorgd dat ik bij elke hobbel, elke tegenslag in paniek raak en aan mezelf ga twijfelen. Als je nooit iets zelf hoeft op te lossen, dan krijg je eigenlijk de boodschap: je kunt dit niet, ik zal het wel voor jou doen. Dat was nooit mama’s bedoeling, integendeel. Maar onbewust neem je het wel mee. Dat wil ik niet voor Florence, ook niet met betrekking tot de reacties van de buitenwereld op de relatievorm waarvoor haar ouders hebben gekozen.”
Die reacties zijn soms pittig. Wat als Florence ze straks gaat lezen?
“Ik hoop dat de maatschappij tegen die tijd wat geëvolueerd is, dat open relaties en polyamorie bespreekbaarder zijn dan vandaag. Als er wat vaker iemand als Daphne Agten op tv komt, staan we over tien jaar misschien al heel wat verder.
“Het zal sowieso aan Ruben en mij zijn om op tijd met Florence dat gesprek te voeren. Niet om er iets zwaars van te maken, wel om uit te leggen dat elk koppel voor zichzelf mag kiezen welke relatievorm het best bij hen past. Het zal ook belangrijk zijn dat ze thuis met eigen ogen ziet dat de theorie overeenstemt met de praktijk. Dat ze de liefde tussen ons voelt, en niet gaat denken: ze zijn me iets aan het wijsmaken, want mijn ouders komen precies toch niet zo goed overeen, en papa is vaker weg dan mama.”
Tegen het oordeel van de buitenwereld zullen jullie haar nooit helemaal kunnen beschermen. Dat weet jij als de beste.
“Maar als ze ook maar een beetje het karakter van haar vader heeft geërfd en wat haar op haar tanden heeft, dan zal ze zich absoluut niet laten doen. En als er ook een stukje van mij in zit, dan hoop ik dat ze mijn beste vriendin mag worden, zoals ik dat ben met mijn mama, en dat ze op tijd naar me toe zal komen om erover te praten. Meer kan ik niet hopen.”