Op snelheid gepakt door de Vliegende Hollander. Wout van Aert was goed mee in een sterke kopgroep op 80 kilometer van de streep, tot rivaal Mathieu van der Poel er nog een laagje bovenop legde en onze landgenoot afschudde. Nadien maakte Van Aert de klik en bracht hij medekopman Remco Evenepoel terug in koers. “Ik baal ervan, maar er zat niet meer in.”

Een knetterend duel diende zich aan. Wout van Aert nam zelf het initiatief, op 87 kilometer van de meet. Een flinke versnelling. Onze landgenoot kreeg een paar erg mooie namen mee. Mathieu van der Poel was de eerste die reageerde, nadien sloten ook Simmons, Roglic, Charmig en Onley aan.
“Wout anticipeerde redelijk vroeg al, en dan weet je dat de koers losbarst”, vertelde Quinten Hermans achteraf over die move. “Een beetje intuïtief. Zó snel in de koers was niet echt de bedoeling, maar je moet een moment kiezen. Het was al heel snel gegaan tot dan toe. Wout zag zijn moment gekomen. Hij zal zich op dat moment wel goed gevoeld hebben.”

Daarachter verzamelde zich een groep met de grote klimmers. Remco Evenepoel, Paul Seixas, Isaac Del Toro… Zij hadden geen verhaal tegen die aanval, of hielden tactisch wat afstand.
Maar toen Van der Poel nóg eens versnelde bergop, viel het plannetje van de Belgen in duigen. Van Aert kon niet volgen, Van der Poel kreeg alleen Onley en Simmons mee. Van zes plots naar drie.
Van Aert zag Roglic nog de oversteek maken, maar de Belgische kopman probeerde niet echt aan te klampen.
Wat later moest ook Evenepoel in de achtervolgende groep de rol lossen bij de favorieten. Maar dan liet Van Aert zich uitzakken om die andere kopman weer in koers te brengen – lees: tot bij Del Toro en Seixas.
Nadien maakte Van Aert zich nog nuttig als werkpaard voor Evenepoel, ook al kende die laatste een mindere dag. Van Aert deed er op kop van de achtervolgende groep alles aan om het gat om Van der Poel kleiner te maken, maar bij het ingaan van de derde ronde was zijn kaars uit.