
Volgens Unia is de uitspraak van Sophie Straat op de Gentse Feesten geen inbreuk op de antidiscriminatiewetgeving. Het gelijkekansencentrum ontving al een 200-tal meldingen nadat de artieste tijdens haar optreden “alle witte mannen” opriep achteraan plaats te nemen en plaats te maken voor vrouwen, queers en mensen van kleur. “Er zijn geen aanwijzingen dat witte mannen daadwerkelijk werden uitgesloten”, klinkt het bij de organisatie.
De Nederlandse zangeres Sophie Straat herhaalde maandagavond tijdens haar optreden op Boomtown op de Gentse Feesten de oproep die vorige maand voor heel wat controverse zorgde in Nederland. Tijdens haar concert vroeg ze “alle witte mannen” achteraan te gaan staan zodat vrouwen, queers en mensen van kleur vooraan in de moshpit konden plaatsnemen.
De actie lokte meteen veel reacties uit op sociale media en leidde tot een storm aan klachten bij gelijkheidsinstanties. Unia ontving intussen al zo’n 200 meldingen over de uitspraak.
De organisatie reageerde intussen op het incident. “Om te beoordelen of het om een verboden discriminatie gaat, is de context doorslaggevend”, klinkt het. “Volgens de berichtgeving werd de uitspraak gedaan aan het eind van een artistiek optreden met een maatschappelijke en politieke boodschap over ongelijkheid. Er zijn geen aanwijzingen dat witte mannen daadwerkelijk werden uitgesloten van het concert of van deelname aan activiteiten.”
Vrijheid van meningsuiting
Het gelijkekansencentrum stelt dat artistieke en politieke uitingen volgens de rechtspraak van het Europees Hof ruim beschermd worden onder de vrijheid van meningsuiting. “Ook wanneer zij provoceren, choqueren of kwetsen”, klinkt het. “Alleen bij een daadwerkelijke oproep tot discriminatie, uitsluiting of haat kan die bescherming worden beperkt.”
Unia besluit daarom dat er onvoldoende elementen zijn om te besluiten dat sprake is van een inbreuk op de antidiscriminatiewetgeving. “De uitspraak, hoewel ze als polariserend of kwetsend kan worden ervaren, moet in deze context worden gezien als een symbolische en artistieke uiting.”