De 29-jarige Hajar, die vorige week dood werd aangetroffen in een koffer in Amsterdam, heeft op de dag van haar verdwijning alarmerende WhatsApp-berichten verstuurd. Volgens haar familie smeekte ze om hulp en liet ze weten dat iemand haar probeerde te vermoorden. Ondanks de noodkreten werd haar vermissing door de politie aanvankelijk niet als urgent beoordeeld. De nabestaanden zijn woedend over de gang van zaken.

Op zondagochtend 4 oktober zou Hajar rond 11.15 uur een angstaanjagend bericht hebben verstuurd naar een bekende. Volgens De Telegraaf schreef ze in het Engels: ‘Help me. Now. He is killing me’, wat betekent: ‘Help me. Nu. Hij vermoordt me.’
Na de berichten lukte het haar familie niet meer om contact met haar te krijgen. Telefoontjes bleven onbeantwoord en ook op berichten reageerde de Amsterdamse niet meer.
De politie bevestigt dat Hajar die ochtend verontrustende berichten heeft verstuurd, maar wil de exacte inhoud daarvan niet bevestigen.
De familie nam op zondagavond 4 oktober rond 20.15 uur contact op met de politie. Daarbij werd melding gemaakt van de vermissing en de zorgwekkende berichten die Hajar eerder die dag had verstuurd.
Volgens een familielid kregen de naasten te horen dat zij 24 uur moesten wachten voordat de vermissing als urgent kon worden behandeld.
De politie bevestigt dat de vermissing aanvankelijk niet als urgent werd beoordeeld. Waarom die beslissing werd genomen, wil de politie vanwege de privacy van de betrokkenen niet toelichten.
Wel speelde volgens de politie mee dat Hajar in het verleden vaker enige tijd wegbleef, maar uiteindelijk weer terugkeerde. Ook was bekend dat zij vermoedelijk met een koffer was vertrokken.
Op maandag 5 oktober werd haar vermissing alsnog als urgent aangemerkt. De recherche begon daarop met verschillende opsporingsmiddelen naar haar te zoeken.
De nabestaanden hebben grote moeite met de manier waarop de politie de eerste melding heeft behandeld. Volgens hen was door de noodkreten onmiddellijk duidelijk dat Hajar mogelijk in levensgevaar verkeerde.
Een familielid verklaart tegenover De Telegraaf dat de familie al vanaf het begin vreesde dat Hajar was vermoord. De nabestaanden vinden het bijzonder pijnlijk dat pas na de vondst van haar lichaam op grote schaal onderzoek werd verricht.
De politie bestrijdt dat er na de vermissingsmelding niets is ondernomen. Volgens de politie werd al onderzoek gedaan en zijn verschillende mogelijkheden onderzocht om de vrouw terug te vinden.
Pas op 13 oktober, negen dagen na haar verdwijning, werd haar foto openbaar verspreid en vroeg de politie het publiek om hulp.
Op vrijdag 16 oktober deed een voorbijganger een gruwelijke ontdekking aan de Amsteldijk in Amsterdam-Zuid. In het water lag een koffer waarin het lichaam van een vrouw bleek te zitten.
Onderzoek wees uit dat het om de vermiste Hajar ging. De politie stelde vast dat zij door een misdrijf om het leven was gekomen.
De recherche houdt er rekening mee dat de vrouw al kort na haar verdwijning is gedood.
Woensdag werd uitgebreid forensisch onderzoek verricht in een antikraakpand aan De Klencke in Amsterdam-Buitenveldert. De politie heeft inmiddels bevestigd dat Hajar in dat pand om het leven is gebracht.
In het onderzoek naar haar dood werd dinsdag 20 oktober een 23-jarige man met de Somalische nationaliteit aangehouden. De verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De man kwam bij de politie in beeld nadat camerabeelden waren gevonden waarop Hajar op 4 oktober in de omgeving van de RAI te zien was. Ze vertrok daar samen met een man op de fiets in de richting van Buitenveldert.

De aangehouden verdachte bleek dezelfde man te zijn.
Zijn arrestatie vond plaats in de gemeente Koggenland, waar de politie eerder die ochtend was opgeroepen voor een geweldsincident bij een woning.
De 23-jarige verdachte zit vast en verblijft in beperkingen. Vrijdag 23 oktober wordt hij voorgeleid aan de rechter-commissaris, die beslist of hij langer vast blijft zitten.