En dan nu, de blik naar het EK. Remco Evenepoel (26) wil zondag in Slovenië zijn grand slam vervolledigen. Van alle titels en truien die er te verzamelen zijn, ontbreekt enkel nog Europees goud in de wegrit op zijn palmares. Wie legt hem straks iets in de weg? Een oude Sloveen, een stel grillige Italianen of een paar vage Fransen? Eerlijk, Evenepoel is zijn eigen grootste tegenstander.
Olympisch kampioen op de weg en in het tijdrijden. Wereldkampioen op de weg en in het tijdrijden. Belgisch kampioen op de weg en in het tijdrijden. Europees kampioen in het tijdrijden. De truien- en trofeeënkast van Remco Evenepoel puilt behoorlijk uit. Alleen goud in de Europese wegrit ontbreekt nog op zijn palmares.
De poging vorig jaar om de lijst te vervolledigen mislukte: Tadej Pogacar was in de Ardèche een klasse beter.
Dit weekend kan Evenepoel een nieuwe poging doen. En deze keer is Pogacar er niet bij, nota bene in zijn eigen Slovenië. Jammer voor de organisatie, want de koers passeerde speciaal voor hem door Komenda, het dorp waar hij is opgegroeid.
Voor Evenepoel is dat goed nieuws: zonder de onklopbare wordt hij zelf de te kloppen man. Maar dat was hij op het WK in Montreal ook, en we weten hoe dat is afgelopen.
Kan onze landgenoot zondag revanche nemen en het laatste lege vakje op zijn lijst afvinken? De concurrentie is alvast een stuk minder sterk dan op het WK. Van de top 20 in Canada staan er straks maar zes aan de start in Ljubljana, inclusief Evenepoel. De anderen zijn Mads Pedersen (is het parcours niet te lastig voor hem?), Giulio Ciccone, Juan Ayuso, Christian Scaroni en Mikkel Honoré.
Van der Poel vindt de wedstrijd te zwaar, net als Van Aert trouwens. McNulty, Del Toro, Jorgenson, Simmons en Matthews hebben niet het juiste paspoort. Noorwegen (Nordhagen), Ierland (Healy) en Groot-Brittannië (Pidcock en Onley) zijn niet ingeschreven. Ook Seixas, Schmid, Küng en Piganzoli zijn er niet bij.
Van de honderd beste renners op de UCI-ranking staan er amper 19 aan de start van dit EK. Dat is vergelijkbaar met koersen als Kuurne-Brussel-Kuurne en de Hamburg Cyclassics. Met dat verschil dat er dit weekend vooral klimtypes in plaats van sprinters op de deelnemerslijst staan.
Of nog: volgens de gespecialiseerde site ProCyclingStats is het EK pas de 33ste best bezette koers van het seizoen. Om maar te zeggen: je kan komende zondag niet vergelijken met voorbije zondag.
Eigenlijk is het simpel: Evenepoel is zijn eigen grootste tegenstander. Na de tegenvallende prestatie in Montreal weet je het niet, maar als de Belgische kopman op niveau is, zijn er weinigen die hem kunnen bedreigen. Dat is een geruststelling, maar geeft ook druk. Wint Evenepoel niet, dan heeft hij gefaald.
Van wie moet het weerwerk komen? Italië heeft met Scaroni, Pellizzari en Ciccone een stel goeie maar soms wisselvallige coureurs.
Frankrijk heeft een sterk blok, maar wie is de kopman? Grégoire, Vauquelin, Rondel, Baudin? Dat een aantal van hen de grote confrontaties uit de weg zijn gegaan de voorbije weken (al dan niet vrijwillig), maakt het extra moeilijk om in te schatten hoe goed ze zijn.
Spanje heeft Ayuso, maar die presteerde op het WK even schimmig als Evenepoel. Bij Zwitserland is er Jan Christen. En Slovenië rekent op de oude Primoz Roglic (36). Die maakte lange tijd een heel goeie indruk op het WK, maar zakte er in de finale door. Maar het EK is een heel stuk korter, slechts 196,2 kilometer in plaats van 273,4 kilometer op het WK. Als thuisrijder zal Roglic ook op heel wat mentale steun kunnen rekenen.
Na een vlakke aanloop van 85 kilometer volgen nog 5 ronden van 22,1 kilometer op het lokale circuit in Sencur. De lastigheid daar komt van de steile klim naar Mozjanca: 2,1 kilometer aan 10,2 procent gemiddeld, met uitschieters tot 16 procent.
Dat de top op 14 kilometer van de finish ligt, is niet in het nadeel van Evenepoel. Als tijdrijder kan hij daar nog een gat toerijden of een kloof uitdiepen. Nog dit: in tegenstelling tot op het WK heeft België geen tweede kopman achter de hand. Tenzij Maxim Van Gils zijn allerbeste benen zou terugvinden.