Lotte Kopecky (6e) en Lotte Claes (11e) zijn tevreden met resultaat: “Hopelijk volgt zaterdag met de wegrit een mooie dag”

Met een 6e en 11e tijd hebben Lotte Kopecky en Lotte Claes keurig gepresteerd op het WK tijdrijden. Beide landgenotes konden zelf ook leven met hun notering in Montréal. “We kunnen spreken van een geslaagde dag”, reageerde de Belgische kopvrouw.
Met een 6e chrono wilde Lotte Kopecky zeker niet mopperen. “Op zich ben ik wel tevreden”, vertelde ze toen nog niet alle concurrentes waren gefinisht.
“Ik was redelijk voorzichtig gestart, want dit was een superlange tijdrit en dan is het heel moeilijk om te weten wat je te wachten staat in die laatste 10 kilometer.”

“Ik zat wel telkens iets boven mijn pacing plan en was in staat om dat vol te houden tot de finish. Daar ben ik wel heel tevreden mee. Dit is een mooi resultaat en zo kunnen we spreken van een geslaagde dag.”
Vooral met het oog op de wegrit van zaterdag, want dat is het grote doel van Kopecky. “Voor mezelf is het mentaal wel belangrijk om dat gevoel in de benen te hebben.”
“Heel vaak heb je er richting zo’n WK een zwaar trainingsblok opzitten. Dan moet je die frisheid uitstellen. Dat kan tegenvallen, maar het viel goed mee.”
“Hopelijk word ik steeds frisser en wacht er zaterdag een mooie dag”, klonk het veelbelovend.
Claes is tevreden: “Maar ben misschien te enthousiast geweest”
Lotte Claes mocht enkele minuutjes naar de hot seat, maar haar beste chrono werd al snel verbeterd. Daar maalde de Belgische kampioene geenszins om.
“Mijn gevoel was vanaf het begin echt goed”, reageerde ze. “Gisteren had ik tijdens de verkenning niet zoveel zelfvertrouwen gekregen door die technische openingsfase. Daarom was ik ook verrast dat ik na mijn passage de snelste was bij het eerste tussenpunt.”

“Misschien ben ik iets te enthousiast begonnen, want tussen kilometer 30 en 35 viel ik wat terug. Maar daarna vond ik mijn tweede adem terug.”
“Dat uithoudingsvermogen dank ik misschien wel aan mijn verleden uit het duatlon en triatlon.”
“Het gevoel is goed”, herhaalde Claes nog eens, waarna ze de laatste 500 hellende meters als “verschrikkelijk lastig” catalogeerde. “Echt iets voor renners met punch.”