In Nepal worden de gevolgen van een verwoestende vloedgolf steeds duidelijker zichtbaar. Terwijl reddingswerkers dag en nacht zoeken naar overlevenden en ziekenhuizen overspoeld worden met gewonde slachtoffers, maken twee jonge Vlaamse hulpverleners de menselijke tragedie van dichtbij mee. Yenthe Peeters (25) en Felien De Clercq (21), die als medische vrijwilligers in Nepal aanwezig waren, besloten hun verblijf te verlengen om hulp te bieden aan de slachtoffers van de ramp.
De twee jonge vrouwen waren samen met andere Vlaamse studenten geneeskunde en tandheelkunde in Nepal voor vrijwilligerswerk. Ze hielpen er via een medische organisatie lokale gemeenschappen met gezondheidszorg. Toen de vloedgolf toesloeg en de omvang van de ramp duidelijk werd, veranderde hun missie plots volledig. In plaats van verder te reizen of terug naar huis te keren, trokken ze naar een ziekenhuis in Kathmandu om mee te helpen bij de opvang van gewonden.
Volgens Yenthe heerst er in de hoofdstad een sfeer van angst, verdriet en onzekerheid. Veel families wachten wanhopig op nieuws over vermiste geliefden. Mensen verzamelen zich rond ziekenhuizen in de hoop informatie te krijgen over familieleden die door het water, de modderstromen en het puin zijn verdwenen. De chaos is groot, omdat veel slachtoffers zonder identificatiegegevens aankomen en het moeilijk is om families met elkaar te herenigen.
In het ziekenhuis zien Yenthe en Felien vooral zwaar getroffen patiënten. Veel slachtoffers worden per helikopter vanuit afgelegen gebieden naar Kathmandu gebracht, omdat wegen en bruggen door de natuurramp zwaar beschadigd zijn. Sommige patiënten komen aan met meerdere breuken, ernstige verwondingen en ademhalingsproblemen nadat ze onder de modder bedolven zijn geraakt.
Felien vertelt dat de toestand van veel patiënten bijzonder aangrijpend is. Naarmate de tijd verstrijkt, worden de kansen op herstel voor sommige slachtoffers kleiner. Hulpverleners moeten soms machteloos toezien wanneer mensen te laat worden gered of wanneer hun verwondingen te ernstig zijn. De jonge artsen merken hoe zwaar deze situaties wegen op iedereen die probeert te helpen.
Een moment dat Yenthe en Felien diep raakt, is de ontmoeting met een vijfjarig meisje dat haar familie waarschijnlijk nooit meer zal terugzien. Het kind is één van de vele slachtoffers die niet alleen lichamelijk gewond zijn, maar ook een enorm emotioneel verlies moeten dragen. Voor de jonge Vlaamse hulpverleners toont dit meisje de echte omvang van de ramp: achter elk slachtoffer zit een persoonlijk verhaal van verdriet en verlies.
De Vlaamse vrijwilligers benadrukken dat zij vooral proberen te ondersteunen waar nodig. Ze nemen geen plaats in van de Nepalese artsen, die volgens hen het grootste deel van het zware werk dragen, maar helpen mee met de taken die aan hen worden toegewezen. Ze verzorgen patiënten, ondersteunen medische teams en helpen mee om de toestroom van slachtoffers op te vangen.
Ondertussen blijft de situatie onzeker. Hulpdiensten vrezen dat nog veel slachtoffers niet bereikt zijn en dat sommige gebieden nog moeilijk toegankelijk blijven. Door beschadigde infrastructuur en het risico op nieuwe overstromingen verloopt de reddingsoperatie moeizaam.
Voor Yenthe en Felien is de ervaring bijzonder aangrijpend. Ze kwamen naar Nepal om mensen te helpen, maar werden geconfronteerd met een ramp die veel groter was dan ze hadden verwacht. De beelden van gewonde kinderen, families die geliefden zoeken en mensen die alles verloren hebben, zullen volgens hen nog lang blijven nazinderen.